NL FR
Menu

VRKCHT ? ;)

De sms als bewijs van verkoop van een onroerend goed?

De rechtbank en het Hof openden met respectievelijk hun vonnis en arrest de deur voor de sms als bewijsmiddel, zij het dan wel op een kiertje.

Een sms zal (voorlopig) niet op zichzelf aanvaard worden als authentiek of onderhands geschrift; aanvullende bewijsmiddelen blijven dus noodzakelijk.  Toch is het beschouwen van de sms als begin van bewijs een stap in de richting van het aanvaarden van moderne communicatietechnieken als bewijs.

Enige omzichtigheid is bijgevolg aangewezen bij het onderhandelen per sms, maar voorlopig zal uw huis niet verkocht zijn door enkel maar een “Vrkcht! ;)”.

Dat onze maatschappij steeds meer geïnformatiseerd wordt, daar bestaat geen twijfel over. Moderne communicatietechnieken als Facebook, Messenger, sms, Whatsapp, Snapchat,.. ze eisen een steeds grotere rol op in de samenleving. Dit heeft uiteraard ook implicaties voor de rechtspraak. Steeds vaker dienen de hoven en rechtbanken zich te buigen over situaties waarin dergelijke communicatiekanalen een hoofdrol spelen. Zo oordeelde de rechtspraak al over de bewijswaarde van een sms-berichtje bij de verkoop van een woning. Vrkcht? Of nt?

Bewijsregels bij verkoop

Art. 1341 BW stelt dat een verkoopovereenkomst waarvan het voorwerp de waarde van € 375,00 overschrijdt, dient te worden bewezen met een authentieke of onderhandse akte; een geschrift dus. Deze vereiste van geschrift is echter niet absoluut. Het burgerlijk wetboek formuleert in art. 1347 een uitzondering hierop met het begin van bewijs door geschrift. Concreet houdt dit in dat indien er een schriftelijk begin van bewijs voor handen is, een aanvullend bewijs toegelaten is. Dit aanvullende bewijs kan in dat geval zelfs een vermoeden of een getuigenis zijn. Deze uitzondering geldt zélfs indien de overeenkomst de waarde van € 375,00 te boven gaat.

Sms als bewijs?

Welke rol speelt het sms-bericht nu binnen deze regelgeving? In het vonnis van 10 april 2012 en het arrest van 26 september 2013 lieten, omtrent dezelfde feiten, zowel de rechtbank van eerste aanleg als het Hof van Beroep van Gent hun licht over deze kwestie schijnen.

De eisende partij legde een sms-bericht voor als bewijs van het bestaan van een verkoopovereenkomst voor de woning van de verwerende partij. In dit bericht deed de eiser een bod op de woning van verweerder, die het bod vervolgens, eveneens per sms, aanvaardde. Enkele weken later bleek de woning desalniettemin te zijn verkocht aan een derde.

Hoewel de uitspraak over de grond van de zaak bij beide rechters verschilde, stonden hun neuzen wél in dezelfde richting met betrekking tot de bewijswaarde van een sms. De beide rechters stelden immers dat een sms op zich onvoldoende is om een overeenkomst te bewijzen. Als begin van bewijs daarentegen, kan het wel gelden. Zij het enkel op voorwaarde dat niet wordt betwist dat het bericht werd verstuurd door diegene tegen wie het wordt gebruikt.

Dit betekent dat indien een dergelijke sms wordt aangevuld met bijkomende bewijzen, zoals een vermoeden of een getuigenis, de overeenkomst als bewezen kan worden geacht. In casu stelde de rechter in eerste aanleg dat deze aanvullende bewijzen voor handen waren, terwijl de rechter in beroep stelde dat er te weinig aanvullende bewijzen aanwezig waren om de overeenkomst als bewezen 

Share dit nieuwsbericht